Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.primair
3.primair
2.Voorvragen
3.InleidingIn de nachtelijke uren van 17 oktober 2012 heeft op de[a-straat] in Heerhugowaard een gewelddadige overval op een woning plaatsgevonden. De bewoners, het echtpaar [slachtoffer 1]-[slachtoffer 2], zijn door twee daders geslagen en bedreigd met – naar het leek – een vuurwapen. Er zijn diverse goederen gestolen, waaronder sieraden en fotoapparatuur. De daders zijn er vandoor gegaan in de Mercedes van de slachtoffers, die zij met behulp van de uit de woning weggenomen sleutels konden meenemen.
4.Bewijs
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [verdachte 1]), vanaf het begin van de zomer bij hem in huis woonde. [voornaam 1] sliep boven. [11]
(de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte 2]).Rond 23.00 uur zijn [verdachte 1] en [verdachte 2] weggegaan. [12]
klaar wagt dr oip jullie doe snel.Dit bericht werd verstuurd naar de PIN-gebruiker met nummer [PIN-nummer], die de initialen [initialen] gebruikt. Uit onderzoek is gebleken dat deze gebruiker [voornaam 2][verdachte 3] betreft. Uit verder onderzoek is gebleken dat de telefoon van[verdachte 3] in de nacht van de overval gsm-masten aanstraalt op de [l-straat] en de [m-straat], welke locaties in de onmiddellijke nabijheid liggen van de plek van de overval, de [a-straat] in Heerhugowaard. Uit printlijstonderzoek komt voorts naar voren dat het niet gebruikelijk is dat deze telefoon in de nachtelijke uren over deze masten komt. [13]
“klaar wagt dr oip jullie doe snel.”[verdachte 3]antwoordt: “8 min”. Op 17 oktober 2012 rond 04:20 uur komt de telefoon van[verdachte 3] over de mast aan de [m-straat].
- in de woonkamer: een sweater met in de zakken twee handschoenen, een portemonnee met daarin Ethiopisch geld, een zakje sieraden en een rol grijs tape;
- in een opberghok behorend bij de woonkamer: een camera, merk Sony, in een zwarte fototas.
Daarmee is dit technisch bewijsmiddel als zodanig nog niet voldoende voor de slotsom dat aan het wettig bewijsminimum voor de vaststelling van betrokkenheid van verdachte bij dit strafbare feit is voldaan.
Verdachte heeft zich ten aanzien van dit feit telkens op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting heeft verdachte, tijdens de ondervraging geconfronteerd met technisch bewijs dat sterk uitnodigt tot het geven van een verklaring, meegedeeld dat hij er geen verklaring voor heeft dat zijn DNA-profiel matcht met een in de apotheek gevonden bloedspoor. Verdachte heeft derhalve geen mogelijk ontlastende verklaring gegeven voor deze in zijn richting wijzende onderzoeksbevinding.
(de rechtbank begrijpt: [verdachte 1])in de grijze auto had zien zitten en dat hij toen samen was met [voornaam 3]
(de rechtbank begrijpt: [verdachte 2]). [getuige 4] herkende hem aan zijn jas en aan zijn postuur. [getuige 4] kende [voornaam 3] uit het dorp. [39]
1, 4. en 5.ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[slachtoffer 1], wonende[adres bp 1], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.059,56 ingediend wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
[slachtoffer 1]voornoemd de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
[slachtoffer 3], wonende [adres bp2], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 474,50 ingediend wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 2. ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
niet bewezenwat aan verdachte onder
2. primair en subsidiairen onder
3. primair en subsidiairis ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
bewezendat verdachte de onder
1, 4. en 5.ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor in paragraaf 4.4 weergegeven.
4 (vier) jaren.
[slachtoffer 1], wonende[adres bp 1], geleden schade tot een bedrag van
€ 3.059,56 (drieduizend negenenvijftig euro en zesenvijftig cent),bestaande uit € 559,56 voor de materiële en € 2.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 3.059,56 (drieduizend negenenvijftig euro en zesenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
40 (veertig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 2](e.v. [slachtoffer 1]), wonende[adres bp 1], geleden schade tot een bedrag van
€ 3.261,13 (drieduizend tweehonderdéénenzestig euro en dertien cent),bestaande uit € 761,13 voor de materiële en € 2.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 3.261,13 (drieduizend tweehonderdéénenzestig euro en dertien cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
42 (tweeënveertig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 3], wonende [adres bp2], niet-ontvankelijk in de vordering.