ECLI:NL:RBNHO:2013:8579
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning dwangsom wegens niet-tijdig beslissen door officier van justitie
Betrokkene stelde beroep in tegen de weigering van de officier van justitie om een dwangsom toe te kennen vanwege het niet tijdig beslissen op een administratief beroep tegen een Wahv-beschikking. De kern van het geschil betrof de vraag of de beslistermijn van 16 weken was verlengd door een brief van het CVOM, gedateerd 12 oktober 2012, die volgens betrokkene pas op 18 oktober 2012 was ontvangen.
De officier van justitie stelde dat de brief wel degelijk op 12 oktober was verzonden, gesteund op een werkwijze die door het Hof te Leeuwarden was goedgekeurd. Betrokkene voerde aan dat de brief niet eerder dan 17 oktober kon zijn verzonden, omdat op die dag telefonisch werd geïnformeerd bij het CVOM of er nog brieven waren verstuurd na 4 september 2012.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke ontvangst op 18 oktober en de telefonische mededeling op 17 oktober erop wijzen dat de brief niet op 12 oktober is verzonden. Hierdoor was de beslistermijn niet verlengd en was de ingebrekestelling niet te vroeg verzonden. De officier van justitie had de dwangsom niet mogen weigeren, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank stelde de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.260,- conform artikel 4:17 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er werd geen proceskostenveroordeling gevraagd. De beslissing werd op 2 augustus 2013 door kantonrechter L. van der Heijden in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de dwangsom van €1.260,- wordt toegekend wegens niet-tijdig beslissen door de officier van justitie.