ECLI:NL:RBNHO:2013:9055

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 mei 2013
Publicatiedatum
1 oktober 2013
Zaaknummer
585629 CV EXPL 12-9981
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • F.M. Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:80 BWArt. 6:43 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling lening en rente na onregelmatige aflossing en betwisting rente

Angelo BV verstrekte in augustus 2009 een lening van €20.000 aan Mr. X, die medio 2012 een afbetalingsregeling met een minimale maandelijkse betaling van €1.000 plus €4.000 rente bevestigde via e-mail. Mr. X betaalde onregelmatig en betwistte later de renteafspraak.

De kantonrechter oordeelde dat door het niet direct protesteren tegen de e-mail en het starten van betalingen Mr. X de renteafspraak stilzwijgend erkende. Door de onregelmatige betalingen en het uitblijven van betaling sinds november 2012 mocht Angelo BV de resterende schuld ineens opeisen op grond van artikel 6:80 BW Pro.

Mr. X stelde dat slechts €6.000 was afgelost, maar de rechter stelde vast dat €9.000 was betaald en dat deze betalingen duidelijk betrekking hadden op de lening. Mr. X werd veroordeeld tot betaling van €15.000 plus buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Mr. X wordt veroordeeld tot betaling van €15.000 plus kosten aan Angelo BV wegens niet-nakoming van de leningafspraken inclusief rente.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling privaatrecht
Sectie kanton – locatie Zaandam
zaak/rolnr.: 585629 / CV EXPL 12-9981
datum uitspraak: 2 mei 2013 (bij vervroeging)
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
In de zaak van

Angelo B.V.

te Purmerend
eisende partij
hierna te noemen Angelo BV
gemachtigde P.M. Tetteroo
tegen

mr. [naam]

te Edam
gedaagde partij
hierna te noemen Mr. [X]
procedeert in persoon.
De procedure
Angelo BV heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen Mr. [X].
Hierop heeft Mr. [X] geantwoord.
Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en voor een mogelijke schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.
Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.
De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.
De vordering
Angelo BV vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Mr. [X] zal veroordelen aan Angelo BV te betalen een bedrag van € 18.000 aan hoofdsom met overeengekomen rente, vermeerderd met € 955 wegens (zoals de kantonrechter begrijpt: buitengerechtelijke) kosten en met veroordeling van Mr. [X] in de proceskosten.
De vordering is kort gezegd hierop gegrond, dat Angelo BV in 2009 een lening aan Mr. [X] heeft verstrekt van € 20.000 te vermeerderen met € 4.000 aan overeengekomen rente, waarop tot op heden slechts € 6.000 is afgelost.
Het verweer
Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering. Daarop wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
De feiten
In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.
1.
In of omstreeks 12 augustus 2009 heeft Angelo BV, rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw[Y], aan Mr. [X] een lening verstrekt van € 20.000. Mr. [X] onderhield toen een affectieve relatie met genoemde [mevrouw Y].
2.
Medio 2012 zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan over terugbetaling van die lening. Op 30 juli 2012 heeft [mevrouw Y] aan Mr. [X] (per e-mailbericht) zakelijk weergegeven laten weten, dat was afgesproken dat Mr. [X] vanaf juli 2012 (in elk geval) elke maand € 1.000 zou terugbetalen (liefst meer, niet minder), totdat in totaal € 24.000 was afbetaald, waarvan € 4.000 rente.
3.
Mr. [X] heeft de hiervoor onder 2. bedoelde afspraak niet bevestigd maar heeft op 27 april 2012 wel € 2.000 overgemaakt, op 25 juni € 1.000, op 15 augustus € 1.000, op 17 september € 2.000, op 24 september € 1.000 en op 27 november € 2.000: in totaal dus € 9.000. Daarbij is telkens als betalingsomschrijving vermeld: terugbetaling lening.
De beoordeling van het geschil
Partijen verschillen om te beginnen van mening over de vraag, wat er tussen hen is afgesproken over de terugbetaling van de lening en over de rente.
Angelo BV houdt het erop, dat oorspronkelijk terugbetaling binnen 2 weken was overeengekomen, maar dat medio 2012 de nadere afspraak is gemaakt, zoals hiervoor onder 2. omschreven. Mr. [X] zou dus gaan afbetalen met minimaal € 1.000 per maand en zou bovendien € 4.000 rente betalen. Mr. [X] erkent de afbetalingsregeling, maar betwist de renteafspraak.
Daarover wordt als volgt geoordeeld.
Door niet onmiddellijk te protesteren tegen de inhoud van het hiervoor onder 2. weergegeven e-mailbericht van 30 juli 2012 en vervolgens zonder enig kenbaar voorbehoud over te gaan tot de daarin verwoorde afbetaling, moet het ervoor worden gehouden dat Mr. [X], die advocaat is en geacht moet worden te hebben begrepen wat de juridische gevolgen daarvan waren, heeft erkend dat die afspraak in genoemd e-mailbericht juist is weergegeven, althans dat hij die afspraak stilzwijgend heeft bevestigd. Dat betekent dat Mr. [X] verplicht was om maandelijks
minimaal€ 1.000 af te lossen totdat lening + rente waren afbetaald.
Uit het hiervoor onder 3. weergegeven betalingsoverzicht volgt reeds, dat Mr. [X] zich niet aan die afspraak heeft gehouden, doordat hij ondanks herhaalde aanmaning
nietmaandelijks betaalde. Hij betaalde kennelijk zoals het hem uitkwam, wat nu juist niet was afgesproken. Sinds november 2012 is zelfs helemaal niets meer betaald. Zoals nog is gebleken, heeft Angelo BV herhaaldelijk duidelijk laten blijken daar geen genoegen mee te nemen. Daartoe had zij bovendien alle reden, omdat Mr. [X] had laten weten de rente niet te zullen betalen, welke rente toch een integraal onderdeel uitmaakte van de hele afspraak. Daaruit moest Angelo BV wel afleiden dat Mr. [X] niet van plan was om (volledig) aan de gemaakte afspraak te voldoen. Op de voet van het bepaalde in artikel 6.80 van het Burgerlijk Wetboek was Angelo BV gerechtigd de resterende schuld plus rente ineens op te eisen, zoals zij heeft gedaan. Mr. [X] kon dat rechtsgevolg niet afwenden door eind november 2012 alsnog een betaling te doen.
Partijen blijken verder verdeeld over de vraag, hoeveel Mr. [X] inmiddels heeft terugbetaald. Mr. [X] houdt het erop dat in totaal € 9.000 is terugbetaald, maar volgens Angelo BV is slechts € 6.000 terugbetaald, omdat € 3.000 betrekking heeft op een andere schuld van Mr. [X], te weten het haar toekomende geldsbedrag uit hoofde van een arrest van het gerechtshof te Amsterdam gewezen in de zaak van de commanditaire vennootschap [naam vennootschap] en [mevrouw Y] tegen [naam vennootschap].
Daarover wordt als volgt geoordeeld.
Volgens artikel 6.43 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de toerekening van een betaling op de verbintenis die de schuldenaar aanwijst. Als er dus al sprake was van meerdere schulden van Mr. [X] aan Angelo BV, dan strekten de hiervoor bedoelde betalingen blijkens de duidelijke vermelding op de overschrijving telkens ter aflossing van de in deze procedure bedoelde lening.
Daaruit volgt dat rechtens € 9.000 op de lening en de overeengekomen rente is afgelost, zodat nog € 15.000 moet worden betaald.
Tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten is geen zelfstandig verweer gevoerd, zodat ook die worden toegewezen.
Nu Mr. [X] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, moet hij de proceskosten betalen..
Beslissing
Mr. [X] wordt veroordeeld om aan Angelo BV te betalen een bedrag van € 15.000 .
Mr. [X] wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van Angelo BV tot op heden worden begroot op € 1.552,27 waarvan € 600,-- wegens salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.
Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 mei 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.