Uitspraak
[adres].
Rechtbank Noord-Holland
Op 22 september 2011 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarde was dat veroordeelde zich zou melden bij Reclassering Nederland en zich zou gedragen naar hun voorschriften en gedragsinterventies.
De officier van justitie vorderde op 10 juli 2013 de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf omdat veroordeelde niet aan deze bijzondere voorwaarden had voldaan. De rechtbank stelde vast dat de proeftijd nog liep en dat veroordeelde niet had voldaan aan zijn meldplicht bij de reclassering.
Uit het advies van de reclassering bleek dat na enkele gesprekken in maart en april 2012 geen contact meer was geweest. Veroordeelde was in de periode daarna in België gedetineerd wegens drugssmokkel en reageerde niet op pogingen tot contact. Ook na zijn detentie bleef hij onbereikbaar, ondanks brieven, telefoontjes en sms-berichten.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde zijn eigen verantwoordelijkheid had verzaakt door niet bereikbaar te zijn en niet mee te werken aan de gedragsinterventies. Hierdoor was de bijzondere voorwaarde niet nageleefd, wat rechtvaardigt dat de voorwaardelijke straf wordt uitgevoerd.
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en gelast de tenuitvoerlegging van de niet uitgevoerde gevangenisstraf van drie maanden, conform artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de niet uitgevoerde voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens niet-naleving van bijzondere voorwaarden.