ECLI:NL:RBNHO:2013:9070
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf en reclasseringstoezicht
Op 7 juli 2013 heeft verdachte opzettelijk een hoeveelheid cocaïne van circa 1,2 kilo binnen het grondgebied van Nederland gebracht via Schiphol. Dit feit is bewezen verklaard op basis van een bekennende verklaring van verdachte en diverse proces-verbalen, waaronder een deskundigenrapport van het Douane Laboratorium.
De rechtbank heeft de dagvaarding en het vervolgingsproces als rechtsgeldig en ontvankelijk beoordeeld. De verdediging voerde meerdere strafmaatverweren aan, waaronder onherstelbare vormverzuimen en persoonlijke omstandigheden zoals het belang van het behoud van zijn baan. Deze verweren zijn door de rechtbank verworpen, waarbij uitgebreid is gemotiveerd dat de douane bevoegd was tot het controlegesprek zonder cautie en dat het consultatierecht van verdachte niet is geschonden.
De rechtbank heeft rekening gehouden met het recidivekarakter van verdachte en de ernst van het feit, maar ook met het verdriet over het gewelddadige overlijden van zijn zoon en het reclasseringsadvies waarin verdachte zijn problematiek erkent en begeleiding wenst. Daarom is een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met een proeftijd van drie jaar en een bijzondere voorwaarde van meldplicht bij de reclassering.
De opgelegde straf bedraagt vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden niet ten uitvoer worden gelegd. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf. De rechtbank heeft hiermee een evenwichtige straf opgelegd die recht doet aan de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een meldplicht bij de reclassering.