Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Rechtbank Noord-Holland
Op 9 februari 2013 pleegde een medeverdachte een overval op een tankstation te Haarlem, waarbij hij met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de kassamedewerker bedreigde en geld afdwong. Verdachte bracht de medeverdachte naar de plaats van de overval, wachtte op hem en reed daarna weg.
De rechtbank oordeelde dat verdachte onvoldoende nauwe en bewuste samenwerking had om als medepleger van de overval te worden beschouwd, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medeplichtig was aan afpersing door opzettelijk behulpzaam te zijn bij het vervoer naar en van het tankstation.
Het beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat verdachte niet onder zodanige bedreiging stond dat hij redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en kreeg bijzondere voorwaarden opgelegd waaronder deelname aan een gedragsinterventie.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €750,- schadevergoeding aan het tankstation en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De rechtbank hield rekening met zijn lage IQ en beïnvloedbaarheid bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen overval, maar veroordeeld voor medeplichtigheid aan afpersing met een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 voorwaardelijk en een schadevergoeding van €750,-.