Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2]
[gedaagde 3]
4.[gedaagde 4]
"Op zondag 13 januari 2008, omstreeks 02.30 uur, reed ik samen met een vriend (…) [eiser] , over het fietspad (…) te Haarlem. Dit fietspad is Emauslaan genaamd. (…) Op het moment dat wij halverwege het fietspad waren, zag ik mensen naast het fietspad staan (…) Wij wilden gewoon de groep mensen passeren. Echter op het moment dat wij het fietspad voorbij wilden fietsen, stapten een aantal mensen het fietspad op. Ik zag dat het allemaal jongens waren. Ik denk dat het een stuk of zes a zeven jongens waren. Ik zag dat de jongens op het fietspad gingen staan, zodat wij niet door konden fietsen. Ik hoorde zo “Ho ho ho!” roepen. Ik begreep dat de jongens wilden dat wij stopten. Op het moment dat wij stil stonden pakten ze onze fietsen vast. Ik hoorde dat de jongens om sigaretten vroegen. (…) De jongens waren (…) aan het schreeuwen en waren erg dronken. (…) Ik heb toen gezegd dat ik geen peuken had. Ik weet niet precies wat [eiser] heeft gezegd (…) De jongens lieten onze fietsen los. Wij zijn toen doorgefietst. [eiser] fietste vlak voor mij. Ik hoorde opeens een jongen schreeuwen (…) “kankerlijers” of zo. Ik keek om en zag de jongens vlak achter mij rennen. Ik denk dat de jongens mijn fiets hebben vastgepakt, want ik remde af. Ik kreeg toen van een (1) van de jongens een klap in mijn gezicht (…) Ik keek toen in de richting van [eiser] . Ik zag dat er twee jongens bij [eiser] stonden. Ik zag dat [eiser] werd vastgehouden door de twee jongens. [eiser] zat eigenlijk nog op zijn fiets. De fiets stond tussen zijn benen. Ik zag dat [eiser] door de twee jongens meerdere keren in zijn gezicht werd geslagen. Ik zag dat de jongens vuistslagen gaven (…) Zij waren in totaal met zijn zessen. Het waren de jongens die ons eerder op het fietspad hadden aangesproken (…) Er waren inmiddels een paar schoolgenoten van [eiser] en mij langs komen fietsen. De schoolgenoten zijn getuigen geweest van de mishandeling. De schoolgenoten zijn genaamd [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] (…) Nadat [eiser] de laatste vuistslag had gehad, hoorde ik dat de zes jongens begonnen te schreeuwen dat wij weg moesten gaan (…) Ik zag dat een (1) van de jongens terug rende naar de plaats waar zij eerst hadden gezeten op het fietspad. Ik zag dat de jongen een glazen fles pakte (…)"
"Op zaterdag 12 januari 2008 was ik samen met [gedaagde 3] (…). Op zondag13 januari 2008, ik weet niet hoelaat, zijn [gedaagde 3] en ik naar de voetbalclub HFV gelopen. Naast het terrein van de voetbalclub zit een fietspad. Bij het fietspad staat een bankje. Wij hadden daar afgesproken met meisjes. (…) [gedaagde 3] heeft toen zijn vrienden [gedaagde 2] en [naam vriend] gebeld (…) Wij hebben daar een tijdje met hun staan praten (…) Na een tijdje kwam [gedaagde 4] aangefietst. (…) Op een gegeven moment kwamen er twee jongens aangefietst over het fietspad. (…) Ik ben het fietspad opgestapt en het de jongens aangesproken (…) Ik heb de jongens om een sigaretje gevraagd (…) Niemand heeft de jongens vastgepakt. Ik zag dat de jongens eerst snel doorfietsen, maar na circa tien a twintig meter stopten en stil bleven staan. Ik hoorde dat ze begonnen te schelden. Volgens mij zeiden ze iets over mijn moeder. [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en ik zijn in looppas naar de jongens toegegaan (…) Net voordat [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en ik bij de jongens waren, stapten een (1) van de jongens van zijn fiets af. De jongen kwam naar mij toe. De jongen mij een duw en ik gaf hem een duw. Nog geen twintig seconden laten stond ik gewoon met hem te praten. Inmiddels waren er nog twee jongens (…) bij komen staan. Een van de jongens kende ik als (…) [getuige 1]
"(…) op 13 januari 2008 (…) reed ik met (…) vrienden op de fiets over de Wagenweg. Ter hoogte van HFC loopt een fietspad tussen de sportvelden door. Daar reden wij overheen. Op het fietspad stond een bankje. Wij reden langs het bankje (…) Net daarna aan het einde van het fietspad kwamen [ktr: wij] op straat uit. Daar zagen we een groep jongens staan. Wij moesten langs dit groepje jongens (…) We zagen eigenlijk meteen dat het twee groepjes jongens waren. Een groep van 5 of 6 jongens stonden tegenover2 jongens. Die twee jongens herkende ik van school. Het zijn [eiser] [kantonrechter: [eiser] ] en [betrokkene] (…) Wij stopten daar omdat [getuige 3] daar woont. Ik ging naar de jongens toe om te vragen wat er aan de hand was. Ik hoorde namelijk dat die groep van 6 jongens tegen [eiser] en [betrokkene] aan het schelden waren. (…) Ik hoorde dat een van de jongens uit de groep van 6 roep dat ze nu echt weg moesten gaan omdat ze anders zouden gaan slaan. Ik hoorde dat vooral een (1) van de jongens dit herhaalde op een agressieve manier. De jongen droeg een jas (…) Een soort snowboardjack met een hoge kraag. (…) Hij droeg zijn capuchon steeds op zijn hoofd, ik zag dat hij een smal gezicht had. (…) Toen ik weer naar [eiser] keek zag ik dat die jongen met capuchon dicht bij [eiser] stond. Plotseling zag ik dat deze jongen met zijn gebalde vuist uithaalde naar het gezicht van [eiser] . Volgens mij deed hij dit met zijn rechter vuist. Ik zag dat hij vanuit een bokshouding de stomp in het gezicht van [eiser] gaf. Ik zag dat [eiser] goed geraakt werd en dat zijn mond meteen ontzettend begon te bloeden. [eiser] stond nog met zijn fiets tussen zijn benen en is niet verder afgestapt. Ik merkte dat die groep jongens niet van plan waren om weg te gaan. Ik zag dat ze op een paar meter afstand bleven staan (…) Ik zag later dat die jongens terugliepen naar het bankje. Een van die jongens is uit die groep weggefietst. Deze jongen is heeft ook geprobeerd om zijn vrienden in eerste instantie tot rust te brengen (…) Toen ik [getuige 3] thuis had afgezet wilde ik met [betrokkene] weg fietsen. Ik zag dat [gedaagde 1] en de andere jongens van het bankje weer in onze richting liepen. Ik zag dat [gedaagde 1] een fles in zijn hand hield (…) Hij hield de fles vast zoals je een tennisracket beetpakt. Dit was een dreigende houding. Ik hoorde dat de jongen met de capuchon riep dat ze geen aangifte moesten doen omdat hij ze anders wel wist te vonden en dat er dan een probleem zou zijn. (...)"
[tandarts 1] op 14 januari 2008 als waargenomen uitwendig letsel een kapotte bovenlip, twee uitgeslagen voortanden een kapotte orthodontische spalk. Bij bijzonder mededelingen vermeldt hij:
"Waarnemend tandarts had direct ná het trauma de gebitselementen terug moeten plaatsen. Dit wilde deze niet doen. Al met al zijn de tanden pas ± 6 uur later geplaatst waardoor de prognose matig is en de toekomstige kosten hoog kunnen zijn (implantaat + kronen)".
€ 1.500,-- (hoofdelijk) en is [eiser] voor het overige niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
- € 19.400,-- aan (toekomstige) tandheelkundige kosten;
- € 503,38 aan overige schade;
- € 1.191,59 aan kosten medische informatie en medisch advies;
- € 968,-- voor de buitengerechtelijke kosten,
[gedaagde 4] voert nog aan dat [eiser] hem nooit heeft aangeschreven over de vergoeding van de onderhavige schade. Ook hij verzoekt het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat [eiser] de tandartskosten bij de verzekeraar kan claimen en zelf stelt slecht bij kas te zijn.
[tandarts 2] van 2 april 2013 gesteld dat er op
13 januari 2008 niets aan zijn gebit mankeerde en dat de aanwezigheid van de orthodon-tische spalk grotere schade heeft voorkomen.
- zo begrijpt de kantonrechter - daardoor niet meer in relatie staan tot de aard van de aansprakelijkheid of kunnen worden gerekend tot de kenmerkende gevolgen van het openlijk geweld. Daarnaast zou volgens [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] met een andere, voordeliger oplossing voor de vervanging van de voortanden van [eiser] kunnen worden volstaan en valt niet uit te sluiten dat de prognose van vijf jaar geleden op dit moment is achterhaald. Zij verwijzen hiervoor naar een rapport van
2 januari 2013 van tandarts [tandarts 3] , die een etsbrug of kronen aanmerkt als passende oplossing voor de schade aan het gebit van [eiser] .
- de niet door de verzekering vergoede kosten in verband met bezoeken aan de implantoloog voor € 147,64;
- de reiskosten van [eiser] in verband met bezoeken aan medisch specialisten voor
- de telefoon- en portikosten van € 50,--.
€ 155,-- dat [eiser] in verband met deze behandeling heeft betaald dient te worden vergoed door [gedaagde partij] ; de vordering is op dit onderdeel eveneens toewijsbaar.
€ 44,-- en de kosten die [eiser] heeft moeten maken voor het inschakelen van medisch adviseurs (€ 278,46 + € 200,-- + € 669,13 =) € 1.147,59 worden toegewezen, nu deze kosten onder de gegeven omstandigheden en in redelijkheid zijn gemaakt om de door [eiser] gestelde schade en aansprakelijkheid vast te stellen.
€ 15.000,- aan materiële schade heeft gevorderd, maar heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door [gedaagde partij] geen nadere stukken in het geding gebracht die zijn stellingen kunnen ondersteunen. Het had onder deze omstandigheid op de weg van [eiser] gelegen een voegingsformulier of een ander stuk in het geding te brengen, waaruit kan worden opgemaakt hoe zijn vordering in de strafzaak was samengesteld. Mede omdat de politierechter de vordering van [eiser] heeft toegewezen tot € 1.500,--en hem voor het overige niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn vordering, gaat de kantonrechter er dan ook vanuit dat die in de strafzaak toegewezen vordering een voorschot op de schadevergoeding in een mogelijk te voeren civiele procedure betreft. De in deze zaak toe te wijzen schadevergoeding dient daarom te worden verminderd met € 1.500,--.
€ 1.500,-- = € 20.465,07, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over
€ 19.479,07 vanaf 13 januari 2008 en over de buitengerechtelijke kosten vanaf 17 april 2013, de datum van de vermeerdering van eis.
€ 968,-- vanaf 17 april 2013, telkens tot de dag van voldoening;