Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2013 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort, verweerder,
Cocarde V.O.F.,te Zandvoort,
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort om een lichte bouwvergunning te verlenen aan een derde partij voor het gedeeltelijk vergroten van bestaande bergingen op een perceel. Eiser betoogt dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan 'Zandvoort Centrum', omdat de bergingen niet als aanbouw kunnen worden aangemerkt en dat het dakterras een tweede bouwlaag vormt, wat niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelt dat de bergingen wel als aanbouw kunnen worden beschouwd, zowel van buitenaf als functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De oppervlakte van de bergingen voldoet aan de maximale toegestane oppervlakte volgens het bestemmingsplan. Het dakterras wordt niet aangemerkt als een bouwlaag omdat het geen omsloten ruimte is, conform de definitie in het bestemmingsplan.
Verder stelt eiser dat een deel van de constructie op zijn eigendom is gebouwd, wat een schending van zijn eigendomsrecht zou betekenen. De rechtbank stelt dat het bouwen op andermans grond geen grond is om de bouwvergunning onvoorwaardelijk te weigeren, gelet op artikel 44 van Pro de Woningwet en jurisprudentie. Eiser wordt verwezen naar de civiele rechter voor eventuele vorderingen.
Gelet op het ontbreken van strijd met het bestemmingsplan en andere weigeringsgronden verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende lichte bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd.