Uitspraak
In het onder de naam 12-HM-Dash bekend geworden onderzoek, waarvan de zaken tegen verdachte en twee medeverdachten deel uit maken, gaat het om een vorm van fraude die bekend staat onder de naam "phishing". Bij deze vorm van fraude worden rekeninghouders onder valse voorwendselen bewogen tot afgifte van (inlog)gegevens en/of (signeer)codes die nodig zijn om te kunnen internetbankieren. Vervolgens worden met die gegevens, zonder dat de betreffende rekeninghouder zich daarvan bewust is, gelden van diens bankrekening overgemaakt naar rekeningen van personen die hun rekening, bankpas en pincode, al dan niet bewust en al dan niet vrijwillig, ter beschikking hebben gesteld.
Evenals de officier van justitie en met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder de feiten 1 en 2 ten laste is gelegd. Verdachte dient derhalve van deze feiten te worden vrijgesproken.