Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde],
1.De procedure
- het proces-verbaal van comparitie d.d. 2 juni 2009
- de akte vermindering eis en verzoek om vonnis d.d. 26 augustus 2009 van de zijde van [eiseres] met producties
- de antwoordakte vermindering eis d.d. 9 september 2009 van de zijde van [gedaagde] c.s.
- de akte na comparitie tevens vermeerdering eis (in reconventie) d.d. 5 oktober 2011 van de zijde van [gedaagde] c.s. met een productie
- de antwoordakte na comparitie tevens antwoord op vermeerdering eis d.d. 2 november 2011 van de zijde van [eiseres] met producties
- de akte in conventie en in reconventie van de zijde van [eiseres] d.d. 5 december 2012 met producties
- de akte vermeerdering van eis (in reconventie) van de zijde van [gedaagde] c.s. d.d. 2 januari 2013, met een productie
- de antwoordakte vermeerdering van eis in reconventie van de zijde van [eiseres] d.d. 30 januari 2013
- de brief van 18 april 2013 van de zijde van [eiseres] met producties
- de akte d.d. 19 april 2013 houdende indiening vordering voorlopige voorziening ex artikel 223 lid 1 Rv Pro van de zijde van [gedaagde] c.s. met producties
- de brief d.d. 19 april 2013 van de zijde van [eiseres] met producties
- het verzoek voorlopige voorziening ex artikel 223 lid 1 Rv Pro d.d. 21 april 2013 van de zijde van [eiseres]
- het proces verbaal van pleidooi d.d. 22 april 2013 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken
- het door [eiseres] d.d. 16 mei 2013 ingediende formulier (B16) inhoudende dat tussen partijen geen schikking is getroffen.