ECLI:NL:RBNHO:2013:BY8598
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Liefting-Voogd
- N.O.P. Roché
- W.B. Klaus
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW-uitkering naast WGA-uitkering na ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
De werkneemster was sinds 29 november 2007 wegens psychische klachten gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontving vanaf 24 januari 2009 een WGA-uitkering. Op 1 april 2011 werd zij ontslagen wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. De werkgever, gemeente Texel, was eigenrisicodrager voor WIA en WW, maar alleen verzekerd voor WIA. De werkneemster verrichtte tot haar ontslag tijdelijke werkzaamheden en ontving bezoldiging op grond van de CAR/UWO.
De rechtbank stelde vast dat de werkneemster per 1 april 2011 werkloos werd in de zin van artikel 16 WW Pro, omdat zij haar arbeidsuren verloor en beschikbaar was voor arbeid. De werkgever stelde dat geen sprake was van werkloosheid omdat de tijdelijke werkzaamheden geen loonwaarde hadden en het loonverlies werd gecompenseerd door de WGA-uitkering. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat de werkneemster aan de referte-eis voldoet omdat zij na het ontstaan van de WGA-uitkering nog arbeid heeft verricht.
De rechtbank concludeerde dat de uitsluitingsgrond van artikel 19, eerste lid, onder b, WW niet van toepassing is vanwege artikel 19, achtste lid, onder c, WW. Het beroep van de werkgever tegen de toekenning van de WW-uitkering werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Texel tegen de toekenning van de WW-uitkering aan de werkneemster wordt ongegrond verklaard.