ECLI:NL:RBNHO:2013:BY9164
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens onredelijke weigering schuldeisers
Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om Rabobank, ING, Voorschotbank en Nuon te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet. De totale schuld bedroeg circa €194.327, waarvan ruim 97% bij genoemde schuldeisers lag. De aangeboden regeling voorzag in een uitkering van minder dan 1% aan schuldeisers.
Rabobank, ING, Voorschotbank en Nuon hebben instemming onthouden met als redenen dat de minnelijke regeling onvoldoende waarborgen biedt en niet het maximaal haalbare is. De rechtbank oordeelt dat deze weigering redelijk is gezien het geringe uitkeringspercentage en het feit dat het alternatief van faillissement of schuldsanering meer uitzicht biedt voor zowel schuldenaar als schuldeiser.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek kansloos is en dat het niet duidelijk is waarom het aan de rechtbank is voorgelegd. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Een afzonderlijk vonnis zal volgen over de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat de schuldeisers in redelijkheid tot weigering konden komen.