ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ0143
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.C. Terwiel-Kuneman
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding bij beoordeling Wet werk en bijstand
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het de vraag of eiser en een ander persoon een gezamenlijke huishouding voerden in de zin van artikel 3, derde lid, van de Wet werk en bijstand (Wwb). Verweerder had de uitkering van eiser ingetrokken op grond van het vermoeden van gezamenlijke huishouding.
De voorzieningenrechter sloot aan bij een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat er geen sprake was van financiële verstrengeling of wederzijdse zorg. De huurprijs die eiser betaalde voor zijn kamer kwam overeen met een commerciële huurprijs, en er was geen sprake van een huurder-verhuurderrelatie. Ook bleek uit verklaringen dat de betreffende persoon de voormalige slaapkamer van eiser niet gebruikte en dat er geen wederzijdse zorgrelatie bestond.
Gelet op deze feiten concludeerde de voorzieningenrechter dat verweerder ten onrechte had aangenomen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen, waardoor eiser vanaf 27 maart 2012 recht behield op bijstand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat het beroep gegrond werd verklaard en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen, waardoor eiser recht behoudt op bijstand vanaf 27 maart 2012.