ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ0963
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement afgewezen als buitengewone omstandigheid
De passagiers vorderden compensatie van Transavia vanwege een vluchtvertraging van bijna vier uur op een vlucht van Amsterdam naar Antalya op 23 oktober 2010. Transavia weigerde betaling en stelde dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een onverwacht technisch mankement aan het vliegtuig na vrijgave voor de vlucht.
De rechtbank behandelde de zaak na verwijzing en pleidooien, waarbij onder meer het Sturgeon-arrest en het Wallentin Herman-arrest van het Europese Hof van Justitie centraal stonden. Volgens deze jurisprudentie kunnen technische mankementen die tijdens onderhoud worden vastgesteld niet als buitengewone omstandigheden worden beschouwd, maar het is onduidelijk of dat ook geldt voor mankementen die zich na vrijgave voordoen.
De rechtbank oordeelde dat technische mankementen of indicaties daarvan die zich na de vrijgave van het toestel voordoen, in beginsel inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en daarom geen buitengewone omstandigheid vormen. Dit betekent dat Transavia aansprakelijk is voor compensatie aan de passagiers. De vordering tot betaling van € 2.400,- plus wettelijke rente werd toegewezen, terwijl de vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Transavia werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie wegens vluchtvertraging veroorzaakt door een technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.