ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ0985
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en compensatie bij vertraagde aansluitende vluchten onder Verordening 261/2004
De passagier vordert compensatie van TAP Air Portugal wegens een vertraging van meer dan 24 uur op een vlucht van Amsterdam naar Salvador via Lissabon. TAP Air betwist de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en stelt dat alleen de rechter in Lissabon bevoegd is. De kern van het geschil betreft de vraag of de twee vluchten als één enkele reis moeten worden beschouwd of als twee afzonderlijke vluchten.
De kantonrechter overweegt dat het antwoord op deze vraag essentieel is voor zowel de beoordeling van de rechterlijke bevoegdheid als voor de vaststelling van de compensatieplicht. Er bestaat in Nederland geen eenduidige jurisprudentie over deze vraag. Daarom heeft de kantonrechter de zaak aangehouden in afwachting van het oordeel van het Europese Hof van Justitie over prejudiciële vragen die hierover zijn gesteld.
De passagier baseert zijn vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004 en het Sturgeon-arrest, waarin is bepaald dat de vertraging moet worden beoordeeld over de gehele reis tot de eindbestemming. TAP Air voert aan dat de vertraging op de eerste vlucht gering was en dat de passagier de tweede vlucht heeft gemist, waardoor geen compensatie verschuldigd zou zijn.
De kantonrechter wijst erop dat de woonplaats van TAP Air, Lissabon, in beginsel de bevoegde rechter is, en dat het feit dat TAP Air ook een kantoor op Schiphol heeft, niet voldoende is om de Nederlandse rechter bevoegd te verklaren. De uitspraak is aangehouden tot 26 september 2013, wanneer het vonnis zal worden gewezen na beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie.
Uitkomst: De zaak is aangehouden in afwachting van prejudiciële beantwoording door het Europese Hof van Justitie.