ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ1035
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gelding non-concurrentie- en relatiebedingen tegen oud-werknemers en concurrerend bedrijf
In deze zaak vordert AVS in kort geding dat de concurrentie- en relatiebedingen jegens oud-werknemers [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en het concurrerende bedrijf Valveco worden gehandhaafd. [gedaagde sub 2] trad in dienst bij Valveco met een beperking tot verkoop van standaard ANSI-afsluiters, maar breidde haar werkzaamheden uit naar het high-end industrial en offshore marktsegment. [gedaagde sub 1] was voornemens bij Valveco in dienst te treden, wat AVS als overtreding van het concurrentiebeding bestempelde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de concurrentiebedingen geldig zijn, ook na omzetting van bepaalde tijd naar onbepaalde tijd, en dat Valveco als gelijksoortig bedrijf kan worden aangemerkt. Er is voldoende aannemelijk dat Valveco met de inzet van oud-werknemers de markt van AVS betreedt, wat onrechtmatig is. De vorderingen van AVS worden toegewezen, waarbij de verboden en dwangsommen worden opgelegd.
Valveco's verweer dat de bedingen te ruim zijn en dat zij niet concurrerend zijn, wordt verworpen. Ook de relatiebedingen worden gehandhaafd met een beperking tot twee jaar na uitdiensttreding. De kosten van het geding worden aan Valveco c.s. opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van bescherming van bedrijfsbelangen via concurrentie- en relatiebedingen en het onrechtmatig handelen van concurrerende bedrijven die deze bedingen negeren.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van AVS toe en verbiedt de oud-werknemers en Valveco de concurrentie- en relatiebedingen te overtreden, met oplegging van dwangsommen.