ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4793
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering loondoorbetaling en wedertewerkstelling wegens strijd met cao-systematiek
Eiser sloot in 2010 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een week bij een studentenuitzendbureau. Deze werd 81 keer stilzwijgend verlengd. Vanaf 2 januari 2012 werd eiser niet meer ingeroosterd en op 3 januari 2012 werd medegedeeld dat het contract per 8 januari 2012 niet zou worden verlengd.
Eiser vorderde loondoorbetaling vanaf 2 januari 2012 en wedertewerkstelling, stellende dat de overeenkomst voor de duur van een project was en dat het project nog niet was beëindigd. Subsidiair stelde hij dat op grond van artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan door de vele verlengingen.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een project en dat partijen niet hadden gekozen voor het ketensysteem van artikel 7:668a BW zoals voorgeschreven in de NBBU-CAO. Daarom werden de vorderingen tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling afgewezen. De loonvordering over 2010 werd deels toegewezen tot €2.160,28 met wettelijke rente en verhoging, omdat onvoldoende was onderbouwd dat eiser recht had op het overige loon over 2010 en 2011.
De arbeidsovereenkomst eindigde op 8 januari 2012 door opzegging. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst was geëindigd. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling afgewezen; loon over 2010 deels toegewezen.