ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5008
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij ontruiming gekraakte ruimtes voormalig slachthuis
In deze zaak vordert de kraker, die drie ruimtes in een voormalig slachthuis bewoont, dat de Staat wordt verboden tot ontruiming over te gaan. De eigenaar heeft een groot deel van het pand verhuurd aan een huurder die koelapparatuur verkoopt en de gekraakte ruimtes nodig zou hebben voor veilingen. De voorzieningenrechter wijst er op dat bij een eerdere uitspraak het verbod tot ontruiming was afgewezen en dat de Staat toen niet tot ontruiming is overgegaan.
Sindsdien hebben zich nieuwe feiten voorgedaan: een veiling vond plaats zonder gebruik van de gekraakte ruimtes en de huurder zal het pand per 31 december 2013 verlaten. De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van de kraker bij huisvesting, beschermd door artikel 8 EVRM Pro, zwaarder weegt dan het belang van de huurder bij het gebruik van de ruimtes. Gelet op het tijdsverloop en het ontbreken van nadelige gevolgen door het gebruik van de ruimtes tijdens de veiling, wordt het verbod tot ontruiming toegewezen.
De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten. De overige vorderingen van de kraker worden afgewezen wegens gebrek aan belang. De uitspraak benadrukt de proportionaliteitstoets bij ontruimingen en het belang van de kraker bij huisvesting in het licht van de beëindiging van de erfpacht en de toekomstige beëindiging van het gebruik door de huurder.
Uitkomst: De Staat wordt verboden tot ontruiming van de door de kraker gebruikte ruimtes over te gaan.