ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ6255
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.P. Stolp
- Rechtspraak.nl
Concessieovereenkomst geen huurovereenkomst; geen verlenging supermarktconcessie, wel overleg slijterij
De zaak betreft een geschil tussen Food Village en Schiphol over de kwalificatie en voortzetting van huur- en concessieovereenkomsten voor winkels op Schiphol Plaza. Food Village stelde dat de concessieovereenkomst feitelijk een huurovereenkomst is en dat de huurovereenkomst en concessieovereenkomst onterecht per 31 augustus 2011 zijn geëindigd. Schiphol betwistte dit en stelde dat de concessieovereenkomst geen huurovereenkomst is en dat de contractuele looptijd was verstreken zonder verlenging.
De rechtbank oordeelde dat de concessieovereenkomst niet kan worden aangemerkt als een huurovereenkomst of een gemengde overeenkomst met overheersend huurkarakter. De concessie betreft het niet-exclusieve recht tot exploitatie van winkels en is gescheiden van de huurovereenkomst die de feitelijke bedrijfsruimte regelt. De goedkeuring ex artikel 7:291 lid 3 BW Pro van het koppelbeding in de huurovereenkomst, dat de huur eindigt met de concessie, heeft kracht van gewijsde en bindt partijen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de supermarktconcessie niet is verlengd omdat Food Village niet voldeed aan de omzetdoelstelling van €18 miljoen, en dat externe omstandigheden zoals concurrentie en economische factoren voor eigen risico van Food Village zijn. Voor de slijterij geldt geen omzetnorm, en Schiphol is tekortgeschoten in haar verplichting tot overleg over verlenging daarvan. Daarom wordt Schiphol veroordeeld tot overleg over verlenging van de slijterijconcessie.
De vorderingen van Food Village om de huurovereenkomst en concessieovereenkomst voor de supermarkt te verlengen worden afgewezen. De proceskosten worden aan Food Village opgelegd.
Uitkomst: De concessieovereenkomst is geen huurovereenkomst, de supermarktconcessie is niet verlengd, maar Schiphol moet overleg voeren over verlenging van de slijterijconcessie.