ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ6731
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement afgewezen als buitengewone omstandigheid
De passagiers hebben Transavia gedagvaard wegens een vluchtvertraging van ruim vijf uur op vlucht HV 544 van Palma de Mallorca naar Amsterdam op 11 juli 2010. Zij vorderden compensatie van €250 per passagier op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 en relevante jurisprudentie, waaronder het Sturgeon- en Wallentin-arrest.
Transavia verweerde zich met het standpunt dat de vertraging het gevolg was van een technisch mankement dat na de vrijgave van het toestel ontstond, en dat dit een buitengewone omstandigheid vormde waardoor zij niet tot compensatie gehouden was. De rechtbank oordeelde dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van luchtvaartmaatschappijen en dat dergelijke mankementen, ook indien zij zich na de vrijgave voordoen, in beginsel geen buitengewone omstandigheid vormen.
De rechtbank verwierp het beroep van Transavia op overschrijding van de klachttermijn en op aanhouding van de procedure. Op basis van de jurisprudentie en de tekst van de Verordening werd Transavia veroordeeld tot betaling van de compensatie, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie aan passagiers wegens vluchtvertraging veroorzaakt door een technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.