ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ7407
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning seksinrichting Alkmaar
Verzoeker vroeg een exploitatievergunning aan voor een seksinrichting met 26 werkruimten op de Achterdam in Alkmaar. De burgemeester weigerde de vergunning omdat het maximum aantal werkruimten volgens het college was bereikt en omdat de exploitatie in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat de motivering voor de weigering op basis van het maximumbeleid ontoereikend was, omdat het bereiken van het maximum niet als zelfstandige weigeringsgrond in de Algemene plaatselijke verordening (Apv) is opgenomen. Dit gebrek kan in de bezwaarprocedure worden hersteld. De weigering op grond van strijd met het bestemmingsplan werd voorlopig juist geacht, omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij onder het overgangsrecht gebruik mocht voortzetten.
Verzoeker stelde dat de onderbreking van het gebruik hem niet kon worden tegengeworpen vanwege acties van het Openbaar Ministerie en de FIOD, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd. Er was geen reden om te oordelen dat de burgemeester de vergunning niet had mogen weigeren, zodat de gevraagde voorlopige voorziening werd afgewezen.
De rechtbank wees ook op het financiële belang van verzoeker, maar vond dat geen noodsituatie bestond die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de weigering van de exploitatievergunning niet evident onrechtmatig is.