ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8824
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst zonder kennelijk onredelijk ontslag
De zaak betreft een werknemer die sinds 1 januari 1993 onafgebroken in dienst was van verschillende rechtsvoorgangers van de werkgever, met een functie als verkoper. Na een faillissement en overnames bleef hij werkzaam bij de onderneming. De werkgever zegde de arbeidsovereenkomst op wegens bedrijfseconomische omstandigheden, met een opzegtermijn die volgens de werknemer te kort was.
De werknemer vorderde een verklaring voor recht dat de opzegging onregelmatig en kennelijk onredelijk was, met betaling van schadevergoeding. De werkgever betwistte het onafgebroken dienstverband en stelde dat de opzegtermijn correct was, en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was vanwege de slechte financiële situatie.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende bewijs leverde voor het onafgebroken dienstverband vóór 6 november 2006, maar dat vanaf die datum een opzegtermijn van één maand gold. Omdat de opzeggingsbrief begin mei 2010 werd ontvangen, had de arbeidsovereenkomst pas per 1 juli 2010 mogen eindigen. De werkgever moet daarom één maand salaris betalen als schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag werd afgewezen, omdat de slechte bedrijfseconomische omstandigheden en het faillissement de opzegging rechtvaardigden. Verder werd erkend dat de werknemer door het UWV gecompenseerd was voor vakantiegeld en vakantiedagen, zodat die vorderingen werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De opzegging is onregelmatig wegens te korte opzegtermijn; werkgever moet één maand salaris betalen, maar vordering kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.