ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9120
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vervangende toestemming erkenning kind en nietigverklaring erkenning partner
De man, biologische vader van het kind, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor erkenning van het kind, omdat de moeder hem geen toestemming gaf. Tevens verzocht hij de erkenning van het kind door de partner van de moeder nietig te verklaren. De moeder stond niet principieel op tegen erkenning door de man, maar had haar partner reeds toestemming gegeven om het kind te erkennen, wat leidde tot een juridische strijd over de geldigheid van die erkenning.
De rechtbank oordeelde dat de erkenning door de partner van de moeder slechts voorwaardelijk was, zolang niet definitief was beslist over het verzoek van de man om vervangende toestemming. De belangen van de man als biologische vader en die van het kind wogen zwaarder dan de belangen van de moeder, die geen concrete bezwaren had tegen erkenning door de man. De erkenning door de partner werd daarom nietig verklaard.
Verder werd een omgangsregeling vastgesteld waarbij de man het kind om de veertien dagen een weekend mag zien, inclusief de helft van de vakanties en feestdagen, met halen en brengen door de man. De kwestie van kinderbijdrage en gezagswijziging werd aangehouden voor verdere behandeling. De rechtbank gaf tevens instructies voor verdere procedurele stappen en stelde een vervolgzitting vast.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor erkenning door de biologische vader en verklaart de erkenning door de partner nietig.