ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9130
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en matiging bij afwijzing stiefouderadoptie
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie waarbij de vrouw namens haar minderjarige kind een bijdrage van €300 per maand van de vader vorderde. De man stelde dat de vrouw haar recht op alimentatie had verwerkt door het ontkennen van zijn vaderschap en het verwijderen van het kind uit zijn leven. Tevens verwees hij naar de afwijzing van het verzoek tot stiefouderadoptie, waardoor volgens hem de juridische banden verbroken zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de matigingsgrond niet geldt voor minderjarige onderhoudsgerechtigden, ongeacht de gedragingen van het kind of de ouder waar het verblijft. Het verzoek tot matiging werd daarom verworpen. De juridische banden tussen vader en kind waren niet verbroken door de afwijzing van de stiefouderadoptie, waardoor de vader een onderhoudsplicht blijft houden.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op €252 per maand, waarbij de rechtbank rekening hield met het gezinsinkomen en standaardkosten volgens de tabel eigen aandeel kosten kinderen. De bijdrage werd verdeeld waarbij de vader €84 per maand betaalt en de moeder en stiefvader samen €168. De draagkracht van de vader werd berekend op basis van zijn inkomen, woonlasten, en schulden, waarbij de rechtbank rekening hield met een huwelijkse schuld en rente. De stiefvader werd geacht de resterende bijdrage te kunnen dragen.
De rechtbank wees het verzoek af om de beschikking uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren en om executiekosten voor rekening van de vader te laten komen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vrouw werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De vader moet €84 per maand kinderalimentatie betalen vanaf 13 februari 2013.