ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9350
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met kind en vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor tweede kind
De rechtbank Noord-Holland heeft in een familiezakenprocedure geoordeeld over het omgangsrecht van een vader met zijn twee minderjarige kinderen na een echtscheiding. De man had verzocht om omgang met het oudste kind en de hoofdverblijfplaats van het tweede kind bij hem vast te stellen. Uit het raadsonderzoek bleek dat omgang met het oudste kind ernstig nadelig zou zijn voor diens geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Daarom ontzegde de rechtbank de man het recht op omgang met dit kind voor de duur van een jaar.
Met betrekking tot het tweede kind was sprake van een gespannen situatie door de langdurige conflicten tussen de ouders, wat leidde tot gedragsproblemen en angst bij het kind. De Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg adviseerden de hoofdverblijfplaats bij de moeder te laten en een zorgregeling te treffen waarbij het kind om het weekend en een woensdagmiddag bij de vader verblijft. De rechtbank volgde dit advies, mede omdat het kind rust en duidelijkheid nodig heeft en een uitbreiding van de omgang op dit moment te onrustig zou zijn.
De rechtbank benadrukte het belang van verbetering van de communicatie en samenwerking tussen de ouders en het respecteren van elkaars ouderrol ten behoeve van het welzijn van het kind. De man stemde in met de beslissing en erkende zijn aandeel in de spanningen. De kinderbijdrage werd definitief vastgesteld op 213 euro per kind per maand. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De rechtbank ontzegt de man het omgangsrecht met het oudste kind en bepaalt de hoofdverblijfplaats van het tweede kind bij de vrouw met een zorgregeling voor omgang met de man.