ECLI:NL:RBNHO:2013:CA0280
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie wegens vertraagde vlucht met aansluitende vluchten volgens EG-verordening 261/2004
Eisers vorderden compensatie van Air France wegens een vluchtvertraging die resulteerde in een vertraagde aankomst op de eindbestemming Singapore met meer dan 24 uur. De luchtvaartmaatschappij voerde verweer dat eisers niet ontvankelijk waren omdat zij geen instapkaarten hadden overgelegd en dat de vertraging alleen op de eerste vlucht van belang was, aangezien het om twee aansluitende vluchten ging.
De rechtbank oordeelde dat eisers zich op tijd bij de incheckbalie hadden gemeld en dat het ontbreken van instapkaarten niet tot niet-ontvankelijkheid leidt. Tevens volgde de rechtbank het arrest van het Hof van Justitie van de EU (Air France/Folkerts) dat bij aansluitende vluchten de vertraging wordt gemeten ten opzichte van de aankomsttijd op de eindbestemming.
Air France had geen buitengewone omstandigheden aangevoerd die de compensatieplicht konden uitsluiten. De rechtbank veroordeelde Air France tot betaling van € 1.200 aan compensatie plus wettelijke rente vanaf de datum van vertraging en wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af. Proceskosten werden aan eisers toegewezen.
Uitkomst: Air France wordt veroordeeld tot betaling van € 1.200 compensatie plus wettelijke rente en proceskosten aan eisers wegens vertraagde vlucht met aansluitende vluchten.