ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2326
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagiers krijgen compensatie voor vluchtvertraging door technisch mankement geen buitengewone omstandigheid
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vertraging van ruim drie uur op een vlucht van Amsterdam naar Nice op 27 augustus 2009. Transavia weigerde te betalen en beriep zich op buitengewone omstandigheden vanwege een technisch mankement (brandstoflekkage) dat tijdens de voorafgaande vlucht was geconstateerd.
De kantonrechter verwierp het verzoek tot aanhouding van de procedure en oordeelde dat het Sturgeon-arrest als geldend recht geldt, waarbij passagiers recht op compensatie hebben bij langdurige vertraging, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden. De rechtbank stelde vast dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsuitoefening van een luchtvaartmaatschappij en daarom geen buitengewone omstandigheden vormen.
Transavia's beroep op een voorstel tot wijziging van de Verordening 261/2004 werd niet meegenomen omdat het voorstel nog niet definitief is. De kantonrechter wees het beroep op niet-ontvankelijkheid af omdat er geen cessie was en de klachttermijn werd niet overschreden.
De rechtbank veroordeelde Transavia tot betaling van €500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 maart 2010, en tot betaling van proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Transavia moet €500 compensatie plus wettelijke rente betalen aan passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.