ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2329
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Compensatie bij vluchtvertraging door technisch mankement geen buitengewone omstandigheid
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 5586 van Nice naar Amsterdam op 6 juni 2010. Transavia weigerde te betalen en stelde dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een technisch mankement aan het brandstoffilter, en dat zij niet aansprakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de vordering niet was verjaard en dat het verzoek om aanhouding in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad niet werd gehonoreerd. De rechtbank behandelde de juridische vraag of het technische mankement een buitengewone omstandigheid was in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro Verordening (EG) nr. 261/2004.
De rechtbank volgde het Europese Hof in het Wallentin-Hermann-arrest en stelde vast dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en daarom geen buitengewone omstandigheid vormen. Transavia kon onvoldoende aantonen dat sprake was van een verborgen fabricagefout die uitzonderlijk was. De vordering tot compensatie werd daarom toegewezen, maar de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde Transavia tot betaling van € 500,- compensatie plus wettelijke rente en proceskosten, en wees het overige af.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van € 500,- compensatie per passagier wegens vluchtvertraging veroorzaakt door een technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.