ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2331
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Vordering compensatie wegens vluchtvertraging door technisch mankement afgewezen voor minderjarige
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vluchtvertraging van bijna zeven uur op vlucht HV 5062 van Gerona naar Rotterdam op 27 juni 2009. Transavia verweerde zich onder meer met het argument dat het defecte electronic engine control (EEC) een buitengewone omstandigheid vormde die compensatie uitsluit.
De rechtbank verwierp het beroep op niet-ontvankelijkheid van de passagiers en oordeelde dat de vordering voor het minderjarige kind werd afgewezen omdat niet was gebleken dat voor diens ticket was betaald. De rechtbank bevestigde dat het Sturgeon-arrest ook van toepassing is op vertragingen vóór het arrest en dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van luchtvaartmaatschappijen.
De kantonrechter stelde dat een defecte EEC, hoewel een onverwacht vliegveiligheidsprobleem, geen buitengewone omstandigheid is die vrijstelling van compensatie rechtvaardigt. Transavia kon niet aantonen dat het mankement buiten haar controle lag. De vordering tot compensatie voor de passagiers werd daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Transavia werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie aan passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement, behalve voor het minderjarige kind zonder betaald ticket.