ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2332
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement afgewezen als buitengewone omstandigheid
Passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 162 van Las Palmas naar Amsterdam op 13 februari 2010. Transavia weigerde betaling en stelde dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een defecte pitotbuis, waardoor geen compensatie verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en daarom niet als buitengewone omstandigheden gelden. Dit volgt uit het Wallentin-Hermann arrest en de Verordening (EG) nr. 261/2004. De rechtbank verwierp het verweer van Transavia dat het defect na vrijgave van het toestel een uitzonderlijke omstandigheid zou zijn.
De vordering tot compensatie van € 800,- werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van de vertraging. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Transavia werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Transavia wordt veroordeeld tot betaling van € 800 compensatie aan passagiers wegens vluchtvertraging door technisch mankement.