ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2342
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Vertraging vlucht door technisch mankement geen buitengewone omstandigheid voor compensatieplicht
De passagiers vorderden compensatie van Transavia wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 685 van Amsterdam naar Arrecife op 19 december 2010. Transavia weigerde te betalen, stellende dat de vertraging werd veroorzaakt door een technisch mankement, namelijk een scheur in het cockpitraam, wat een buitengewone omstandigheid zou zijn.
De kantonrechter verwierp het verzoek tot aanhouding van de procedure en bevestigde dat het Sturgeon-arrest geldt, waarbij passagiers bij langdurige vertraging recht op compensatie hebben, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden. De rechtbank overwoog dat technische mankementen inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en daarom geen buitengewone omstandigheden vormen.
Transavia voerde aan dat technische problemen die zich na de vrijgave van het toestel voordoen, niet inherent zijn en dus wel buitengewone omstandigheden kunnen zijn. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet uit het Wallentin-Hermann-arrest volgt en dat technische mankementen in beginsel geen uitzonderlijke omstandigheden zijn.
De rechtbank veroordeelde Transavia tot betaling van € 824,00 aan de passagiers, inclusief wettelijke rente, en wees de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af. De proceskosten werden aan Transavia opgelegd.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie wegens vluchtvertraging veroorzaakt door een technisch mankement dat geen buitengewone omstandigheid vormt.