ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2351
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Oyunlu
- Rechtspraak.nl
Transavia aansprakelijk voor compensatie bij vertraging door technisch mankement stabilizer trim
De passagiers hebben Transavia aangesproken voor compensatie vanwege een vertraging van meer dan drie uur op vlucht HV 5423 van Amsterdam naar Pisa op 11 juli 2010. Transavia weigerde te betalen, stellende dat sprake was van buitengewone omstandigheden door een technisch mankement aan de stabilizer trim, waardoor compensatie niet verschuldigd zou zijn.
De rechtbank overwoog dat de vordering binnen de wettelijke termijn van twee jaar was ingesteld en verwierp het verzoek van Transavia om aanhouding in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad. De rechtbank bevestigde dat technische mankementen doorgaans inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij en daarom geen buitengewone omstandigheden vormen die een compensatieplicht uitsluiten.
Transavia kon niet aantonen dat het mankement aan de stabilizer trim een uitzonderlijke gebeurtenis was die buiten haar controle lag. De rechtbank volgde het Europese Hof in het Wallentin-Hermann-arrest en oordeelde dat dit soort technische problemen niet als uitzonderlijk kunnen worden aangemerkt. De vordering tot compensatie van € 500,- per passagier, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, werd daarom toegewezen.
De rechtbank veroordeelde Transavia tevens tot betaling van proceskosten en nasalaris. Hiermee werd bevestigd dat passagiers recht hebben op compensatie bij vertragingen door technische mankementen die inherent zijn aan de normale bedrijfsvoering van de luchtvaartmaatschappij.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van compensatie wegens vluchtvertraging door technisch mankement aan de stabilizer trim.