ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2354
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagier krijgt compensatie voor geannuleerde vlucht door technisch mankement
De passagier had een vervoersovereenkomst gesloten met Transavia voor een vlucht van Rotterdam naar Malaga op 27 juni 2009. Door een technisch mankement aan het toestel werd de passagier met een ander toestel via Schiphol vervoerd, met een vertraging van ruim twee uur. De passagier vorderde compensatie van €400,00 op grond van de EU-Verordening 261/2004, welke Transavia weigerde te betalen.
Transavia voerde verweer met onder meer het standpunt dat de vlucht niet geannuleerd was, dat de passagier niet tijdig had geklaagd, en dat sprake was van buitengewone omstandigheden vanwege het technische mankement. De rechtbank oordeelde dat de vlucht door de afwijkende vertrekplaats, het andere toestel en de latere vertrektijd als geannuleerd moet worden beschouwd, waardoor compensatie verschuldigd is.
Verder stelde de rechtbank vast dat het technische mankement inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening van de luchtvaartmaatschappij en geen buitengewone omstandigheid vormt die vrijstelt van compensatie. Het beroep op overschrijding van de klachttermijn faalde eveneens. Transavia werd veroordeeld tot betaling van de compensatie, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: Transavia is veroordeeld tot betaling van €400 compensatie, incassokosten en proceskosten wegens annulering van de vlucht.