ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3208
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring ondanks dreigende dakloosheid en minderjarige kinderen
Eiseres, een moeder met drie minderjarige kinderen, verbleef in tijdelijke huisvesting en moest deze uiterlijk 5 juni 2013 verlaten. Zij vreesde dat haar kinderen uit huis geplaatst zouden worden bij gebrek aan geschikte woonruimte. De aanvraag om een urgentieverklaring werd door het college van burgemeester en wethouders van Purmerend afgewezen, waarop eiseres beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de vereiste minimale inschrijvingsduur in de gemeente en dat haar huidige verblijf niet het gevolg was van recent huiselijk geweld. De woonhistorie van eiseres was problematisch met meerdere tijdelijke opvangperiodes, een huurschuld en een faillissement, waardoor onvoldoende was aangetoond dat haar situatie buiten haar eigen verantwoordelijkheid was ontstaan.
De rechtbank stelde vast dat er geen beleidslijn bestaat die in beginsel altijd urgentieverklaringen verleent bij dreigende dakloosheid en minderjarige kinderen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de weigering geen inmenging in het gezinsleven opleverde en het niet vaststond dat na vertrek uit de tijdelijke woning geen opvang beschikbaar zou zijn.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.