ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3216
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over uitleg achtergevelrooilijn bij omgevingsvergunning balkonhek
Derde-partij vroeg een omgevingsvergunning aan voor het gedeeltelijk vervangen van een balkonhek op een aanbouw, waardoor een dakterras met een diepte van 2,80 meter ontstond. Eiser, wiens woning en tuin grenzen aan die van derde-partij, stelde dat het plan in strijd was met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de achtergevelrooilijn.
Verweerder verleende de vergunning en handhaafde dit besluit in bezwaar, waarbij hij de achtergevelrooilijn uitlegde aan de hand van de bouwverordening. De rechtbank oordeelde echter dat dit onjuist was, omdat de bouwverordening normerende voorschriften bevat en geen definities, en dat het bestemmingsplan zelf het begrip 'gevellijn' hanteert als relevante maatstaf.
De rechtbank stelde dat de achtergevelrooilijn moet worden uitgelegd als de denkbeeldige lijn in het verlengde van de achtergevel van het hoofdgebouw, conform het bestemmingsplan. Het balkonhek overschrijdt deze lijn met 2,80 meter, terwijl maximaal 1,50 meter is toegestaan. Hierdoor is sprake van strijd met het bestemmingsplan en had de vergunning niet verleend mogen worden.
De rechtbank gaf verweerder zes weken de tijd om het besluit te herstellen door de aanvraag mede aan te merken als een aanvraag voor een vergunning voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Tot die tijd hield de rechtbank verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vergunning onrechtmatig is verleend en geeft verweerder zes weken om het besluit te herstellen.