ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3321
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- M. Zijp
- P.G. Vroom
- M.A.J. Berkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de zaak tussen verzoeker en tegenpartij behandelde. Verzoeker stelde dat de kantonrechter onvoldoende onpartijdig was, omdat deze zich voorafgaand aan de comparitie niet voldoende in de zaak had verdiept en verzoekers argumenten en verzoeken ter verificatie van gegevens had genegeerd.
De wrakingkamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend, ondanks een periode van meer dan een maand tussen de comparitie en het verzoek, gezien het ontbreken van juridische bijstand en de noodzaak voor verzoeker om zich te beraden. De kamer benadrukte dat een comparitie van partijen niet per definitie inhoudelijke beslissingen vereist en dat het niet ingaan op verzoeken tijdens de comparitie geen aanwijzing is voor partijdigheid.
Voorts werd erkend dat een automatische standaardbrief abusievelijk aan verzoeker was verzonden over de uitspraakdatum van het vonnis, wat misverstanden veroorzaakte. Dit was echter niet het gevolg van handelen van de kantonrechter en rechtvaardigde geen toewijzing van het wrakingsverzoek.
De wrakingkamer concludeerde dat geen van de aangevoerde wrakingsgronden slaagde en wees het verzoek af. De onderliggende procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek, onder leiding van de voorzitter van de sectie kanton.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de zaak wordt voortgezet.