ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3926
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewetuitkering na beëindiging dienstverband
Eiser was sinds 1 november 2007 in dienst bij een werkgever en meldde zich op 2 april 2012 ziek. Na een arbeidsconflict werd op 24 september 2012 een beëindigingsovereenkomst gesloten, die door de kantonrechter per 1 november 2012 werd bekrachtigd. Eiser ontving vanaf 1 november 2012 een Ziektewetuitkering, die verweerder op 12 februari 2013 stopzette omdat eiser afstand had gedaan van zijn loonrecht terwijl hij nog ziek was.
Eiser betoogde dat hij geen benadelingshandeling had gepleegd en dat voortzetting van het dienstverband tot gezondheidsschade zou leiden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een inhoudelijk verweer bij de kantonrechter kans van slagen had gehad en dat de medische beoordelingen van de verzekeringsartsen juist waren. Ook was niet gebleken dat voortzetting van het dienstverband onredelijk was of tot gezondheidsschade zou leiden.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep voor zover het beroep betreft.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.