ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3953
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vernietiging verpanding vordering wegens paulianeus handelen
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of de verpanding van een vordering van Leyduin op FNI aan Ulysses rechtsgeldig is vernietigd wegens paulianeus handelen. GAP vordert onder meer een verklaring voor recht dat de verpanding rechtsgeldig is vernietigd en betaling van bedragen door FNI.
De rechtbank stelt vast dat een verklaring voor recht omtrent vernietiging van verpanding niet mogelijk is in een verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv, waarin FNI als derde-beslagene betrokken is. Desondanks beoordeelt de rechtbank de vraag of de vernietiging rechtsgeldig is. De verpanding werd onverplicht verricht en heeft geleid tot benadeling van schuldeisers, waaronder GAP. Er geldt een wettelijk vermoeden dat Leyduin en Ulysses wetenschap hadden van deze benadeling.
Leyduin en Ulysses mogen tegenbewijs leveren tegen dit vermoeden. FNI's bewijsaanbod wordt afgewezen omdat zij geen partij is bij de verpanding of de buitengerechtelijke vernietiging. De rechtbank bepaalt dat de zaak wordt voortgezet met bewijslevering en getuigenverhoren om de wetenschap van benadeling nader te onderzoeken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart GAP niet ontvankelijk in de vordering tot verklaring voor recht en staat toe dat Leyduin en Ulysses tegenbewijs leveren tegen het vermoeden van wetenschap van benadeling.