Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. Uit het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting kan worden afgeleid dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een ander. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij voor het onder 3 en 4 ten laste gelegde voor zover het betreft het medeplegen.