Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
€ 62.350 aan rente betaald.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
Beslissing
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil over de aftrekbaarheid van betaalde rente door eiseres, een moedervennootschap, aan haar dochtervennootschap binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting over het jaar 2011. Verweerder heeft de aanslag vennootschapsbelasting opgelegd en het verlies vastgesteld, waarbij de renteaftrek werd geweigerd op grond van artikel 10d van de Wet Vpb.
Eiseres betoogde dat de renteaftrekbeperking niet van toepassing is omdat zij slechts met één andere vennootschap in een groep is verbonden, terwijl artikel 10d, tweede lid, Wet Vpb de aftrekbeperking uitsluit indien geen groep bestaat. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke tekst en wetsgeschiedenis duidelijk maken dat de aftrekbeperking wel geldt bij een groep van twee vennootschappen, zolang er sprake is van een economische eenheid en organisatorische verbondenheid.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat de renteaftrekbeperking van artikel 10d Wet Vpb ook geldt voor fiscale eenheden bestaande uit een moedervennootschap en één dochtervennootschap.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de renteaftrekbeperking van artikel 10d Wet Vpb ook geldt bij een groep van twee vennootschappen.