Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOp 24 december 2013 belt [slachtoffer]112. Zij heeft zich op dat moment opgesloten in de badkamer van haar boerderij aan de [adres 1] in Katlijk. [slachtoffer] vertelt de medewerker van alarmnummer 112 dat zij, kort daarvoor, een voor haar onbekende man met een vuurwapen in haar woning aantrof die een bedrag van € 10.000, - van haar wilde hebben. Omdat haar drie kinderen ook in de woning aanwezig zijn, heeft [slachtoffer] de man naar de woning van haar ouders in het achterste gedeelte van de boerderij ([adres 2]) geleid.
4.Bewijs
Daarbij komen de overige hierna te noemen aanwijzingen waaruit in onderlinge samenhang bezien volgt dat de a-priori kans dat verdachte bij de overval betrokken was, reeds groot was.
Van een connectie tussen verdachte en de familie [familie slachtoffer] blijkt ook, nu op een computer in de woning van verdachte, een maand voorafgaand aan de overval, op google.nl de zoekvraag ‘[voor- en achternaam slachtoffer]’ is ingevoerd. Daarbij merkt de rechtbank op dat het op zijn minst opmerkelijk is, dat verdachte voor het eerst ter terechtzitting - bijna 10 maanden na de overval - na flink doorvragen door de rechtbank, opmerkt dat zijn zoon mogelijk bij hem thuis op de computer op deze zoekvraag heeft gezocht.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
Reclassering Nederlandte Groningen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
dertig (30) maanden.