Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Beslissing
TWEEËNDERTIG (32) MAANDEN.
Rechtbank Noord-Holland
Op 1 augustus 2014 arriveerde verdachte met zeven medeverdachten op luchthaven Schiphol, waarbij bij allen bolletjes met in totaal circa 6.113,5 gram cocaïne werden aangetroffen. Verdachte trad op als leider en organisator van deze groep, gaf instructies over wat te zeggen bij de douane en gebruikte een kickboksgala als dekmantel om de drugssmokkel te verhullen.
De rechtbank achtte op basis van verklaringen van medeverdachten, proces-verbalen en laboratoriumonderzoek wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde aan de invoer van cocaïne. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de drugs, maar dit werd verworpen vanwege consistente en onafhankelijke verklaringen van medeverdachten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 32 maanden gevangenisstraf, lager dan de eis van 48 maanden, omdat niet vaststond dat verdachte het initiatief had genomen of een doorslaggevende rol in Suriname had gespeeld. Verdachte had geen eerdere veroordelingen en liep zelf geen gezondheidsrisico’s omdat hij geen bolletjes had geslikt.
De straf werd verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht. Het bewezen feit werd gekwalificeerd als medeplegen van opzettelijke invoer van een middel als bedoeld in de Opiumwet. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van ruim zes kilogram cocaïne.