ECLI:NL:RBNHO:2014:11096
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Samenloop onderhoudsplicht juridische en biologische vader van minderjarig kind
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de man om de kinderbijdrage die hij aan de minderjarige moest betalen, te wijzigen naar nihil met ingang van 6 mei 2011 of 8 augustus 2011. De man stelde dat zijn gewijzigde financiële situatie, waaronder beëindiging van zijn schuldsaneringsregeling en het ontvangen van een WWB-uitkering, daartoe aanleiding gaf.
De vrouw verzocht het verzoek af te wijzen en betoogde dat de man onvoldoende had aangetoond dat hij niet in staat was de bijdrage te betalen, en dat hij bovendien te laat was met het indienen van het verzoek. De rechtbank overwoog dat het kind slechts aanspraak kan maken op onderhoud van zijn wettige ouders, en dat de biologische vader geen onderhoudsplicht heeft zolang het kind een andere wettige ouder heeft, tenzij sprake is van een gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
Omdat er geen contact was tussen de man en het kind en de wettige vader het gezag heeft, werd de onderhoudsplicht van de man vanaf 3 september 2012 beëindigd. Het verzoek om de bijdrage nihil te stellen vanaf 6 mei 2011 werd afgewezen vanwege het late tijdstip van het verzoek en het ontbreken van voldoende onderbouwing. De rechtbank wees het verzoek af maar stelde vast dat de man vanaf 3 september 2012 niet langer onderhoudsplichtig is.
Uitkomst: Verzoek tot nihilstelling kinderbijdrage afgewezen, man niet langer onderhoudsplichtig vanaf 3 september 2012.