Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
3.De beoordeling
dezerechter.
4.Beslissing
25 november 2014.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft op 20 november 2014 mondeling een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een lopende zaak bij de rechtbank Alkmaar. Het verzoek richtte zich op vermeende onpartijdigheid van de rechter, mede gebaseerd op het niet toepassen van artikel 162 van Pro het Wetboek van Strafvordering en de volgorde van behandeling van zaken.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierbij geldt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat een wrakingsverzoek gemotiveerd moet zijn met feiten en omstandigheden die een vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen.
Verzoeker heeft echter geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van de rechter aantonen. Het standpunt over de toepassing van artikel 162 Sv Pro is onvoldoende als motivering voor wraking. Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld.
De wrakingskamer heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek vastgesteld en heeft bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was voor het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld wegens gebrek aan motivering.