ECLI:NL:RBNHO:2014:11429
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage na wijziging hoofdverblijf minderjarige
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarige die sinds februari 2012 bij de man woont. De man verzocht om vaststelling van een kinderbijdrage van de vrouw, omdat zij volgens hem draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.
De vrouw betwistte het verzoek en stelde onder meer dat zij geen draagkracht heeft, mede omdat zij geen contact meer heeft met het kind sinds de man het kind zonder haar medeweten uit haar huis haalde. Ook stelde zij dat de man voldoende draagkracht heeft en dat de ingangsdatum van de bijdrage niet vóór het verzoekschrift kan liggen.
De rechtbank bepaalde de ingangsdatum op 19 februari 2014, de datum van het verzoekschrift, en paste de nieuwe berekeningswijze toe. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €612 per maand. De draagkracht van de vrouw werd berekend op €325 en die van de man op €643 per maand, waarbij geen zorgkorting werd toegepast omdat het kind geen contact meer heeft met de vrouw.
Op basis van de draagkrachtvergelijking werd de kinderbijdrage van de vrouw vastgesteld op €205 per maand. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en bepaalde dat de bijdrage bij vooruitbetaling moet worden voldaan.
Uitkomst: De rechtbank stelde een kinderbijdrage van €205 per maand vast, ingaand 19 februari 2014, te betalen door de vrouw aan de man.