ECLI:NL:RBNHO:2014:11808
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.W. Groenendijk
- E.J. van Keken
- B.J.G. Leeuw
- Rechtspraak.nl
Veroordeling maatschap voor dierenwelzijnsvergrijpen bij schapenhouderij
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen de maatschap wegens overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het Besluit welzijn productiedieren. De ten laste gelegde feiten betroffen het onthouden van noodzakelijke verzorging aan schapen, waaronder onvoldoende toegang tot schoon drinkwater, gebrek aan droge en schone ligplaatsen, onvoldoende diergeneeskundige zorg, en ongeschikte huisvesting.
De bewijslast bestond uit meerdere processen-verbaal van bevindingen en veterinaire verklaringen van NVWA-toezichthouders en dierenartsen, die ernstige tekortkomingen in de verzorging en huisvesting van de schapen aantoonden. De verdediging pleitte deels vrijspraak, met name voor enkele specifieke punten zoals de staat van roostervloeren en het aanbinden van schapen.
De rechtbank sprak de maatschap vrij van enkele onderdelen wegens onvoldoende bewijs, maar achtte bewezen dat op diverse momenten in 2013 en 2014 de maatschap de nodige verzorging aan de dieren had onthouden en voorschriften had overtreden. De rechtbank veroordeelde de maatschap tot een geldboete van €10.000 waarvan de helft voorwaardelijk is, en tot een voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor twee maanden, met een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak benadrukt de ernst van de overtredingen en het belang van naleving van dierenwelzijnsvoorschriften, maar houdt ook rekening met verbeteringen in de bedrijfsvoering en eerdere financiële sancties. De maatschap werd strafbaar verklaard voor meerdere feiten van dierenverwaarlozing en overtreding van wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Maatschap veroordeeld tot een geldboete van €10.000 en voorwaardelijke stillegging van twee maanden wegens dierenverwaarlozing.