Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
50 maanden.
Rechtbank Noord-Holland
Verdachte werd op 10 juli 2014 op Schiphol aangehouden met ruim 14 kilo cocaïne verborgen in zijn ruimbagage. Hij verklaarde onwetend te zijn over de drugs en stelde dat de koffer mogelijk was verwisseld terwijl hij zijn handen waste. De rechtbank achtte dit onwaarschijnlijk en concludeerde dat verdachte wist van de aanwezigheid van cocaïne.
De rechtbank benadrukte dat een reiziger verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn ruimbagage en dat het onwaarschijnlijk is dat een drugsorganisatie een dergelijke hoeveelheid cocaïne aan een onwetende reiziger meegeeft. Verdachte's verklaringen waren inconsistent en ongeloofwaardig, wat het bewijs versterkte.
De rechtbank verwierp het beroep op schending van artikel 32a Sv omdat verdachte en zijn raadsvrouw het dossier met tolk hadden doorgenomen zonder onjuistheden te constateren. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een gevangenisstraf van 50 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 50 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijke invoer van ruim 14 kilo cocaïne.