Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
de burgemeester van Zaanstad, verweerder
[derde belanghebbenden].
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker, exploitant van een horecagelegenheid, kreeg op 19 december 2013 een tijdelijke horeca-exploitatievergunning voor één jaar. De burgemeester van Zaanstad herroept deze vergunning op 18 december 2014 en weigert tevens de omzetting naar een vergunning voor onbepaalde tijd. Verzoeker maakt bezwaar en stelt een voorlopige voorziening voor voortzetting van de exploitatie.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker de feiten en omstandigheden rondom diverse incidenten in en rondom de horecagelegenheid, die sinds 2010 hebben plaatsgevonden, niet of onvoldoende heeft betwist. De burgemeester heeft een discretionaire bevoegdheid en mocht op basis van deze feiten redelijkerwijs concluderen dat niet aan de voorwaarden van de vergunning werd voldaan.
Omdat de tijdelijke vergunning op 19 december 2014 is verlopen, kan schorsing van het herroepingsbesluit niet leiden tot hervatting van de exploitatie. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De hoofdzaak zal worden voortgezet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen herroeping en weigering verlenging horeca-exploitatievergunning wordt afgewezen.