Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Beoordeling
5.Beslissing:
- [kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats ];
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot vaststelling van het ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder van een kind, dat verwekt is via in-vitrofertilisatie met het semen van de partner. De partner was geboren als man, maar onderging een geslachtswijziging en wordt sinds 2011 juridisch als vrouw aangemerkt.
Volgens de toen geldende Nederlandse wetgeving kon het ouderschap van de vrouwelijke partner niet worden vastgesteld omdat zij juridisch vrouw was tijdens de conceptie en geboorte. De rechtbank erkende echter dat per 1 april 2014 een wetswijziging in werking zou treden die de juridische vaststelling van het ouderschap van de vrouwelijke partner mogelijk maakt. Gelet op de biologische band tussen de partner en het kind achtte de rechtbank het in het belang van het kind om het ouderschap alvast vast te stellen.
De rechtbank verklaarde de partner niet-ontvankelijk in haar primaire verzoek omdat zij niet tot de personen behoorde die een dergelijk verzoek konden doen volgens de huidige en toekomstige wetgeving. Het verzoek van de moeder werd toegewezen. De rechtbank stelde tevens vast dat de ouders gezamenlijk hadden verklaard dat het kind de achternaam van de moeder zou dragen, zodat wijziging van de geslachtsnaam niet nodig was.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer voor familiezaken en is openbaar. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank stelt het ouderschap van de vrouwelijke partner vast vooruitlopend op wetswijziging en verklaart haar primaire verzoek niet-ontvankelijk.