ECLI:NL:RBNHO:2014:2392
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit hennepkwekerij
Verzoekster had een bijstandsuitkering die door verweerder is ingetrokken vanwege het niet melden van inkomsten uit een hennepkwekerij die in haar woning werd aangetroffen. Verweerder schatte de opbrengst van de hennepplantage omdat verzoekster geen administratie bijhield en geen inkomsten had opgegeven.
Tijdens de zitting erkende verzoekster het bestaan van de hennepkwekerij, maar stelde dat zij geen inkomsten had genoten en dat haar uitkering ten onrechte niet was hervat nadat de kwekerij was beëindigd. De voorzieningenrechter oordeelde dat het aan verzoekster is om aannemelijk te maken dat zij geen inkomsten had, wat zij niet heeft gedaan.
De rechtbank concludeerde dat het besluit tot intrekking terecht was genomen op grond van schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 17, eerste lid, van de Wet werk en bijstand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.